|
startpagina | e-mail ons |
Onderwijs is kennis delen en ICT is kennis;
Gemeenschapsgeld dient zo zorgvuldig mogelijk te worden besteed;
Ontwikkelde ict moet open beschikbaar zijn voor andere scholen en gebruikers
Deze visie vertalen we in beleid en praktijk. We gaat niet met de laatste mode mee en zijn zuinig met de toebedeelde financiële middelen. We kopen, waar 't op een veilige en reproduceerbare manier kan, tweedehands materiaal. Deze werkwijze spaart veel geld.
We vragen ons ook af of glasvezelnetverbindingen voor basisscholen wel nodig zijn, met de huidige ict-infrastructuur kan zeer veel bereikt worden. en een overkill aan mogelijkheden is onnodig kostbaar voor de school.
Door zelf zaken te ontwikkelen besparen we konsten. Praktijkvoorbeelden: We legden in 2000 zelf een netwerk aan. Dat leverde veel kenniis over netwreken op. In samenwerking met drie andere scholen werden ServerAtSchool (een server-client systeem) en Site@School (een content management systeem, voor de irichting van websites van basisscholen) ontwikkeld.1 Naast deze zelf ontwikkelde systemen werken we met Open Source Software (OSS) en Open Standaarden (OS) waar mogelijk. Zo wordt voor werkstations gebruik gemaakt van OpenOffice.org in plaats van Microsoft's Office Suite.De scholen die meedoen aan ServerAtSchool hebben zich verenigd in STRICT (Scholen Tezamen Rijk met ICT), een gebruikersvereniging van 4 besturen en 13 scholen die hun ict zelf vormgeven en beheren. De vereniging beheert en onderhoudt het server-client systeem dat de aangesloten scholen gebruiken en beheert een fonds waarvan uit de opbrengsten educatieve Open Source Software geproduceerd kan worden.
Het onderhoud en beheer van ServerAtSchool kost de aangesloten scholen gemiddeld € 10 per leerling per jaar of € 50 per werkstation. De scholen lijken, in vergelijking met andere scholen, meer dan50 % goekoper uit te zijn met betrekking tot onderhoud en beheer.
Het CMS systeem Site@School richt zich specifiek op basisscholen, zo’n 200 basisscholen in Nederland maken gebruik van Site@School. Er zijn bijvoorbeeld functionaliteiten beschikbaar die leerlingen in staat stelt hun werk op de website te zetten. Ook contacten met ouders onderhouden is een mogelijkheid en er is een intranet voor leerkrachten. Daarnaast zijn er veel basisscholen wereldwijd die het systeem (dat ook vertaald is in 18 andere talen) gebruiken.2
We konden ook goed ons beklag doen over de gedwongen winkelnering.
Hoewel we dus zoveel mogelijk gebruik maken van open source en open standaarden, lopen we nog wel aan tegen een aantal problemen:
De digitale onderwijsprogramma’s die er zijn bevatten vaak veel fouten, zijn niet te verbeteren en bovendien vaak eenmalige lesprogramma’s en hebben geen doorlopende leerlijn. Er zijn zo goed als géén open source digitale leermiddelen beschikbaar. De ontwikkeling van open source leermiddelen is duur en derhalve niet mogelijk om voor scholen zelf te ontwikkelen .
Veel educatieve software bevat geen functionaliteiten waarmee de reacties van de leerlingen kunnen worden geregistreerd en gewaardeerd in termen van moeilijkheid. Daarmee verliezen dergelijke systemen al snel hun educatieve waarde. Ze leveren de leraar meer werk op en dat is juist niet de bedoeling. Educatieve programmatuur behoort voor leerlingen hanteerbaar en aantrekkelijk te zijn, en voor leraren werkbesparend.
Omwille van beschikbaarheid van digitale leermiddelen moet gebruik worden gemaakt van het Windows besturingssysteem op de werkstations. Een goede leesmethode zoals er vele zijn werkt alleen onder Windows. Educatieve uitgvers willenniet voor andere platformen ontwikkelen.
Digitale schoolborden werken niet met open standaarden en gebruiken geen open source software. Bovendien gebruiken verschillende merken borden verschillende software waardoor uitwisseling van lesmateriaal praktisch onmogelijk is. Als school a voor bord b een les ontwikkelt zal deze niet werken op school c die bord d gebruikt; dit belemmert de uitwisseling van digitale lesmaterialen. Aangezien digitale schoolborden duur zijn, zal hun afschrijvingstermijn lang zijn. Scholen leggen zich dus voor jaren vast op non-inter-operabiliteit, gesloten of ontbrekende standaarden en borden die platform afhankelijk zijn. D.w.z. een bord werkt bijvoorbeeld alleen op Windows. Het laatste belemmert ook de ontwikkeling van lange-termijn ict beleid dat gericht is op platform onafhankelijkheid.
Bij Windows licenties die via de Nederlandse leverancier van Microsoft (voor het onderwijs: APS IT-diensten) wordt 'gratis' het Microsofts office pakket meegeleverd. Wij gebruiken OpenOffice.org en zijn daarom uitgeweken naar een Belgische leverancier voor goedkopere windows licenties zonder 'gratis' Office. De licentie kon worden afgekocht zodat er geen jaarlijkse huur meer betaald hoeft te worden. Binnen drie jaar zijn we goedkoper uit dan bij APS IT-diensten. We hebben een klacht ingediend bij de NMa en de Europsese commissie voor mededinging. Microrsoft belemmert andere bedrijven de toegang tot de onderwijsmarkt.
We stellen vast dat het zelf maken van digitaal lesmateriaal moeilijk en kostbaar kan zijn. Voor een school of een groep van scholen is dat eigenlijk niet op te brengen. We denken dat de overheid het voortouw moet nemen en bijvoorbeeld een gering percentage van de voor leermiddelen bestemde gelden (die nu in de lump sum zijn opgenomen) af te zonderen en centraal te besteden aan de ontwikkeling van digitale leergangen. De ontwikkeling van zo’n digitale leergang daarvan kan uiteraard marktconform worden aanbesteed en als open source worden verspreid.
We zien ook dat de onderwijskundige praktijk, de onderwijskundige visie en de ict-mogelijkheden nauw op elkaar moeten aansluiten. De ict-scholingslijn die we voor de leraren ontwikkeld hadden, en die met name individueel en leerling-gericht onderwijs mogelijk maakt, strookte niet met de onderwijspraktijk van de leraren. Er is daarom een scholingstraject klassemanagement opgezet waarin met behulp van ICT veel meer aandacht aan individueel werken geschonken kan worden. De leraren hadden deze expliciete vorm van scholing nodig om de stap naar het gebruik van ict te kunnen maken, de afstand tussen hun manier van (klassikaal) werken naar ict was aanvankelijk te groot .
We gaven ze een stuke tekst mee dat ze wel interessant vonden:
|
“De Rosa Boekdrukkerschool verwijt Microsoft en APS IT-diensten monopolistengedrag. "APS IT-diensten levert samengestelde softwarepakketten aan, waarvan de inhoud voornamelijk wordt bepaald door (educatieve) uitgeverijen. In dat pakket zit ook Microsoft-software, en als een basisschool in Nederland Microsoft-licenties nodig heeft, kan die maar op één plek terecht: APS IT-diensten", aldus Dirk Schouten, ICT-vrijwilliger en -ontwikkelaar van de Rosa Boekdrukkerschool. "Op Microsoft's website wordt ook naar dit bedrijf verwezen en op de site van APS IT-diensten staat: 'APS IT-diensten biedt software en licenties aan voor het primair onderwijs. Hier kunt u de nieuwste versies aanschaffen tegen een lage prijs! [...]'. Die 'lage' prijs klopt wat ons betreft niet. Het primair onderwijs betaalt uiteindelijk meer dan welke gebruiker ook omdat wij geen licenties kunnen kopen, maar moeten 'huren'. Zo hebben we jaarlijks terugkerende kosten en zijn door de jaren heen duurder uit." Bovendien, zo zegt Schouten: "Om het aanbod 'aantrekkelijk' te maken, bestaat een deel van het door APS IT-diensten aangeboden softwarepakket uit 'gratis' programma's, waaronder Microsoft Office. Ook hier hebben wij bezwaar tegen. Ten eerste omdat 'gratis' niet bestaat. Indirect betaal je er gewoon voor. Ten tweede omdat wij MS Office niet nodig hebben. Wij gebruiken het open source pakket OpenOffice.org. Dat pakket doet niet onder voor MS Office, heeft prima features, gebruikt de open standaarden die de overheid verplicht en is kosteloos verkrijgbaar voor iedereen." Voor de school waren dit redenen om het zakelijk contact met APS IT-diensten te verbreken.”3
|
Ook brengen we het overheidsbeleid dat onlangs nog verwoord is in een beleidsnota met actieplan van staatssecretaris Frank Heemskerk ter sprake:
Onderdeel van het actieplan is de invoering van een 'comply-or-explain and commit'-principe, dat voorschrijft dat overheden (rijksdiensten vanaf april 2008 en overige overheden en instellingen vanaf december 2008) zich moeten verantwoorden wanneer ze open standaarden niet ondersteunen en moeten beloven dat in de toekomst wel te doen. Op januari 2009 moeten er daarnaast implementatiestrategieën zijn geformuleerd voor de aanbesteding, inkoop en het gebruik van open source softare door alle ministeries. Een jaar later moeten die er ook zijn voor semi-overheden in het onderwijs, de zorg en de sociale zekerheid.
Tot slot schrijft het actieplan voor dat ODF uiterlijk in januari 2009 wordt ondersteund door alle ministeries en 'medeoverheden'. De OpenDocument-indeling (ODF) of het OASIS Open Document Format for Office Applications, zijn een open standaard voor het opslaan en uitwisselen van tekstbestanden, rekenbladen, grafieken en presentaties.
Wij lopen ver voor op de invoering van ODF en ontwikkelen al open source, open content lesmateriaal voor leerlingen van basisscholen. We beklemtonen dat hulp dringend nodig is.
Daarnaast is hulp zeer dringend gewenst bi de verdere ontwikkeling van j Site@School. Talloze basisscolen zullen ervan profiteren. Wie bezorgt ons een goede introductie op de goede plek bij 't ministerie?
2 een overzicht van die scholen is te vinden op: http://siteatschool.org/?section=1&page=92